bloemdiagrammen  (onderzoek - practicum met verwerkingsvragen)| onderbouw h v | bovenbouw m |

bloemdiagram Fluitenkruid

Fluitenkruid

nodig:

Fluitenkruid met bloemen en vruchtjes, veldloep of binoculair, pincet, plakband, tekenmateriaal en het werkblad 'bloemdiagrammen'.

Fluitenkruid bestuderen:

2.1
6pntLeg een of meerdere bloemetjes van Fluitenkruid onder de binoculair of bekijk de bloemetjes met een veldloep en beantwoord de volgende vragen.
  • De bloempjes van Fluitenkruid groeien in een [ aar ] [ scherm ] [ tros ]
  • Fluitenkruid heeft [ minder dan vier ] [ meer dan vier ] [ geen ] kelkbladen per bloempje.
  • Fluitenkruid heeft [ meer dan vier ] [ minder dan vier ] [ geen ] kroonbladen per bloempje.
  • De kroonbladen van Fluitenkruid verschillen [ niet ] [ wel ] van elkaar.
  • Het vruchtbeginsel van Fluitenkruid bestaat uit [ twee vruchtbladen ] [ meer dan twee vruchtbladen ] [ één vruchtblad ]
  • Eén bloempje van Fluitenkruid bevat [ meer dan twee ] [ twee ] [ één ] meeldraden.

bloemdiagram maken:

In het werkblad 'bloemdiagrammen' staan bij Fluitenkruid 6 vakken afgebeeld. Bij elk vak staat een potloodje of een stukje plakband afgebeeld. Als in een vak een potloodje is afgebeeld moet in dit vak een tekening gemaakt worden en als in een vak een stukje plakband is afgebeeld moet het betreffende onderdeel worden opgeplakt.

• teken in vak 1 het zijaanzicht van één bloempje van Fluitenkruid
• teken in vak 2 het bovenaanzicht van één bloempje van Fluitenkruid
• teken in vak 3 het bloemdiagram van Fluitenkruid
• plak in vak 4 de vrijgeprepareerde meeldraden en vruchtbeginsels
• teken in vak 5 een vrucht in ontwikkeling van Fluitenkruid
• teken in vak 6 een scherm van Fluitenkruid

2.2
1pntOp welke manier ontwikkelen de vruchtjes van Fluitenkruid zich gedurende hun rijping?
2.3
4pntVruchtonderzoek
  • Aan het uiteinde van één vruchtje zit(ten) [ één ] [ twee ] overblijfsel(s) van de stijl.
  • Uit één bloempje groeit een vrucht die bestaat uit [ één ] [ twee ] de(e)l(len).
  • De eerste schermen (vanaf de stengel gerekend) zijn [ één tot drie ] [ zes tot acht ] stralig. De volgende schermen zijn [ zes tot acht ] [ één tot drie ] stralig.
  • De omwindselbladeren onderaan het eerste scherm (vanaf de stengel gerekend) zijn [ zes ] [ vier ] [ vijf ] bladig.

fotoherbarium

naam: Grote bevernel

naam: Grote bevernel familie: Schermbloemenfamilie

wetenschappelijk: Pimpinella major

standplaats: op voedselrijke vochtige grond, vaak kleigrond, in bermen, uiterwaarden, op beschaduwde plekken

hoogte: 90cm


Grote bevernel


  • herbarium



    Grote bevernel (Pimpinella major)


2.4
6pntFluitenkruid en Grote Bevernel behoren beide tot de familie van de Schermbloemen. Naast overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen beide Schermbloemen. Klik op de afbeelding van Grote Bevernel voor achtergrondinformatie over deze plantensoort.

Geef aan of de volgende kenmerken overeenkomsten of verschillen tussen beide Schermbloemen zijn.
  • Meerdere bloempjes per scherm [ overeenkomst ] [ verschil ]
  • Meerdere meeldraden per bloempje [ overeenkomst ] [ verschil ]
  • Aantal kroonbladen per bloemkroon [ overeenkomst ] [ verschil ]
  • Scheve (asymmetrische) bloemkroon [ overeenkomst ] [ verschil ]
  • Aantal delen waaruit het vruchtbeginsel bestaat [ overeenkomst ] [ verschil ]
  • Aantal stijlen per vruchtbeginsel [ verschil ] [ overeenkomst ]

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2017 Leon Dahmen biodoen Den Haag