stofwisselingsprocessen bij bacteriën  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten) |

eukaryoot en prokaryoot

Plantaardige, dierlijke en schimmelcellen behoren tot de eukaryote cellen. Bij eukaryote cellen is een kern aanwezig (karyon = kern; eu = goed). Bacteriën hebben geen celkern en worden prokaryoten genoemd. Bacteriën zijn daarnaast vele malen kleiner dan eukaryote cellen.

kringloop van stoffen

Bacteriën zijn doorgaans reducenten, hoewel enkele bacteriesoorten tot koolstofassimilatie in staat zijn. Voorbeelden hiervan zijn cyanobacteriën (blauwwieren) en chemoautotrofe bacteriën. Cyanobacteriën bevatten in hun cytoplasma chlorofyl en zijn daarmee in staat tot fotosynthese. Het chlorofyl bevindt zich echter niet in chloroplasten (bladgroenkorrels) zoals bij planten. Chemoautotrofe bacteriën zijn in staat tot chemosynthese en kunnen bijvoorbeeld in zwavelbronnen op oceaanbodems waterstofsulfide ( H2S ) omzetten in zwavel ( S ) en zwavelzuur ( H2SO4 ). Chemosynthese kan zich afspelen in zuurstofloze milieu's.

koolstofassimilatie

koolstofassimilatie bij foto-autotrofe bacteriën
koolstofassimilatie bij chemo-autotrofe bacteriën
1.1
1pntkoolstofassimilatie bij chemo-autotrofe bacteriën
  • Bij [ chemosynthese ] [ koolstofassimilatie ] wordt energie die ligt opgeslagen in [ H2SO4 ] [ H2S ] vrijgemaakt en overgedragen aan de energiecarrier. Bij [ chemosynthese ] [ koolstofassimilatie ] wordt de energie die ligt opgeslagen in de energiecarrier gebruikt voor maken van een energierijke [ zwavelverbinding ] [ koolstofverbinding ]

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag