geneticavraagstukken met uitwerking  (theorie - oefening)| bovenbouw h v |

monohybride kruisingen

1.1
1pntEen vrouw met blauwe ogen krijgt een kind met bruine ogen. Het allel voor B bruine ogen is dominant over het allel voor b blauwe ogen. Welk(e) genotype(n) kan de vader gehad hebben?
  • alleen Bb
  • Bb of bb
  • alleen bb
  • alleen BB
  • BB of Bb

uitwerking 1.1

gegevens:

Het allel voor bruine ogen B is dominant over het allel voor blauwe ogen b. De moeder heeft blauwe en het kind heeft bruine ogen.

vraag:

Welk(e) genotype(n) kan de vader gehad hebben?

analyse gegevens:

Aangezien het allel voor bruine ogen dominant is over het allel voor blauwe ogen, komt het allel voor blauwe ogen alleen tot uitdrukking als er geen dominant allel aanwezig is.


• homozygoot genotype: bb → fenotype: blauwe ogen
• heterozygoot genotype: Bb → fenotype: bruine ogen
• homozygoot genotype: BB → fenotype: bruine ogen

In geslachtscellen komen allelen enkelvoudig voor.

geslachtscellen

De eicellen van deze vrouw kunnen dus alleen het allel voor b blauwe ogen bevatten. Hierdoor kan het kind alleen het recessief allel voor blauwe ogen van de moeder gekregen hebben. Als het kind bruine ogen heeft, moet dit kind het dominante allel voor bruine ogen van de vader gekregen hebben.

kruisingsschema`s

Een vader die homozygoot dominant is voor het gen oogkleur en dus bruine ogen heeft, heeft het genotype BB, kan alleen zaadcellen maken met het dominante allel B voor bruine ogen. Een vader die heterozygoot is voor het gen oogkleur en dus bruine ogen heeft, heeft het genotype Bb, kan zowel zaadcellen maken met het dominante allel voor bruine ogen B, als zaadcellen maken met het recessieve allel voor blauwe ogen b.

kruisingsschema`s

conclusie:

De vader is of homozygoot dominant (genotype: BB) of heterozygoot (genotype: Bb) voor het gen oogkleur.



1.2
1pntEen kind heeft blauwe ogen. Welk genotype kunnen de ouders niet hebben?
  • bb en bb
  • BB en Bb
  • Bb en bb

uitwerking 1.2

gegevens:



Het allel voor bruine ogen B is dominant over het allel voor blauwe ogen b. Het kind heeft blauwe ogen.

vraag:

Welk genotype kunnen de ouders niet gehad hebben?

analyse gegevens:

Aangezien het kind blauwe ogen heeft en het allel voor bruine ogen dominant is over het allel voor blauwe ogen, moet het dit kind homozygoot bb zijn voor het gen oogkleur. De geslachtscellen van de ouders moeten beide het recessieve allel voor blauwe ogen hebben gehad.

kruisingsschema`s

conclusie:

Bij de combinatie van het genotype BB x Bb kan een van de ouders geen geslachtscellen maken met een recessief allel.

kruisingsschema`s



1.3
1pntEen kind heeft groenbruine ogen. De groene oogkleur erft intermediair over. Welke oogkleur kunnen de ouders gehad hebben?
  • groene ogen x groene ogen
  • groene ogen x blauwe ogen
  • bruine ogen x bruine ogen
  • bruine ogen x blauwe ogen
  • bruine ogen x groene ogen

uitwerking 1.3

gegevens:

Het allel voor bruine ogen B en het allel voor G groene ogen zijn beide dominant over het allel voor blauwe ogen b. Het allel voor G groene ogen kan intermediair overerven.

vraag:

Welk fenotype kunnen de ouders gehad hebben?

analyse gegevens:

Aangezien het kind groenbruine ogen heeft, en de allelen groen en bruin beide dominant overerven, moet het kind heterozygoot voor het gen oogkleur zijn (genotype: BG).
• homozygoot genotype: BB → fenotype: bruine ogen
• heterozygoot genotype: BG → fenotype: groenbruine ogen
• heterozygoot genotype: Bb → fenotype: bruine ogen
• homozygoot genotype: GG → fenotype: groene ogen
• homozygoot genotype: bb → fenotype: blauwe ogen

Eén geslachtscel van één ouder moet het allel voor groene ogen kunnen hebben, terwijl de andere ouder dan het allel voor bruine ogen moet kunnen hebben.

Ouders die het allel voor groene ogen kunnen doorgeven, hebben dus zelf of groene ogen of groenbruine ogen. Ouders die het allel voor bruine ogen kunnen doorgeven, hebben dus zelf of bruine ogen of groenbruine ogen.

kruisingsschema`s

conclusie:

è bij de combinatie groene ogen x bruine ogen kunnen de kinderen groenbruine ogen hebben
è bij de combinatie groene ogen x groenbruine ogen kunnen de kinderen groenbruine ogen hebben
è bij de combinatie groenbruine ogen x bruine ogen kunnen de kinderen groenbruine ogen hebben



1.4
1pntWelke bewering(en) is (zijn) juist?
  • [ bewering 1 ]
    blauwogige kinderen kunnen geen ouders hebben met beiden bruine ogen
    [ bewering 2 ]
    bruinogige kinderen kunnen geen ouders hebben met beiden blauwe ogen
    [ bewering 3 ]
    groenogige kinderen kunnen geen ouders hebben met beiden bruine ogen

uitwerking 1.4

gegevens:

Kinderen met blauwe ogen zijn homozygoot recessief voor het gen oogkleur en hebben het genotype bb.
Kinderen met bruine ogen zijn of homozygoot dominant of heterozygoot voor het gen oogkleur en hebben het genotype BB of Bb.
Kinderen met groene ogen zijn of homozygoot dominant of heterozygoot voor het gen oogkleur en hebben het genotype GG of Gb.

vragen:

Kunnen ouders met bruine ogen kinderen hebben met blauwe ogen?
Kunnen ouders met blauwe ogen kinderen hebben met bruine ogen?
Kunnen ouders met bruine ogen kinderen hebben met groene ogen?

gegevensanalyse:

bruine ogen x bruine ogen (genotype: BB x BB of BB x Bb (dus ook Bb x BB) of Bb x Bb)

kruisingsschema`s

F1: 100% bruine ogen

kruisingsschema`s

F1: 75% bruine ogen en 25% blauwe ogen.
kruisingsschema`sF1: 50% bruine ogen en 50% blauwe ogen

blauwe ogen x blauwe ogen (genotype: bb x bb).

kruisingsschema`s

F1: 100% blauwe ogen
Als de kinderen groene ogen hebben, moeten ze van beide ouders een allel voor groene ogen gekregen hebben.

kruisingsschema`s

Het fenotype van de ouders moet dan bruingroen x bruingroen of groen x groen of groenbruin x groen geweest zijn.

kruisingsschema`s

conclusie:

Alleen bewering II en III zijn juist.



1.5
1pntVan twee kinderen uit één gezin heeft een kind groenbruine ogen en het andere kind blauwe ogen. Welke oogkleur kunnen de ouders gehad hebben?
  • bruine ogen x groene ogen
  • groene ogen x blauwe ogen
  • bruine ogen x blauwe ogen

uitwerking 1.5

gegevens:

Het allel voor bruine ogen B en het allel voor G groene ogen zijn beide dominant over het allel voor blauwe ogen b. Het allel voor G groene ogen kan intermediair overerven.

vraag:

Welk fenotype kunnen de ouders gehad hebben?

analyse gegevens:

Het genotype van het kind met groenbruine ogen moet BG zijn, omdat de eigenschap voor bruine ogen en de eigenschap voor groene ogen beide tot uitdrukking komen in het fenotype.
Het genotype van het kind met blauwe ogen moet bb zijn, omdat de eigenschap voor blauwe ogen recessief is en deze alleen tot uitdrukking komt in het fenotype als er geen dominant allel aanwezig is.

conclusie:

Beide ouders moeten beschikken over het recessieve allel voor blauwe ogen. Tevens moet één van de ouders het allel voor groene ogen hebben en de andere ouder het allel voor bruine ogen hebben. Aangezien zowel het allel voor bruine ogen als het allel voor groene ogen dominant zijn over het allel voor blauwe ogen, moeten de ene ouder bruine ogen (fenotype) hebben en de andere ouder groene ogen (fenotype) hebben.




persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag