geneticavraagstukken met uitwerking  (theorie - oefening)| bovenbouw h v |

dihybride kruisingen

5.1
1pntBij erwtenplanten komen allelen voor ronde of hoekige zaden voor en allelen voor gele en groene zaadlobben. De allelen voor de kleur van de zaadlobben wordt aangegeven met de letters G en g, De allelen voor de vorm van de zaden wordt aangegeven met de letters R en r. Beide eigenschappen bevinden zich op verschillende chromosomen. Bij een erwtenplant vindt zelfbestuiving plaats. Er ontstaan 486 zaden.
• 94 groen en rond
• 34 groen en hoekig
• 270 geel en rond
• 88 geel en hoekig

Welk genotype heeft de ouderplant?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


uitwerking 5.1

gegevens:

gegevens van de zaden na zelfbestuiving:
94 groen en rond, 34 groen en hoekig, 270 geel en rond en 88 geel en hoekig
totaal aantal ronde zaden: 94 + 270 = 364
totaal aantal hoekige zaden: 34 + 88 = 122
totaal aantal groene zaadlobben: 94 + 34 = 98
totaal aantal gele zaadlobben: 270 + 88 = 358

vraag:



Wat is het genotype van de ouderplant?

analyse gegevens:

verhoudingen F1: ronde zaden : hoekige zaden = 364 : 122 (ongeveer 3 : 1)
verhoudingen F1: gele zaadlobben : groene zaadlobben = 358 : 98 (ongeveer 3 : 1)
Als zowel de dominante als de recessieve eigenschappen tot uitdrukking komen in de F1, zijn er maar twee kruisingschema`s mogelijk:
heterozygoot x heterozygoot en heterozygoot x homozygoot dominant.

kruisingen

De kruising heterozygoot x homozygoot dominant is niet mogelijk omdat het om een zelfbestuiving gaat. De enige mogelijk kruising is dan heterozygoot x heterozygoot.

kruisingen

conclusie:

Om de bovenstaande verhoudingen te verkrijgen moet de moederplant voor beide eigenschappen heterozygoot zijn.



5.2
1pntEr wordt een kruising met erwtenplanten uitgevoerd.

              P:        ♀  GgRr  x ♂  ggRr

Welke bewering is juist?
  • er kunnen 2 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur voorkomen in stuifmeelkorrels en 4 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur in eicellen
  • er kunnen 4 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur voorkomen in stuifmeelkorrels en 2 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur in eicellen
  • er kunnen 8 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur voorkomen in stuifmeelkorrels en 4 verschillende genotypen voor vorm en zaadlobkleur in eicellen

uitwerking 5.2

gegevens:

Genotype ouders:P: ♀  GgRr  x ♂  ggRr

vraag:

Wat zijn de genotypen van de stuifmeelkorrels en de eicellen?

analyse gegevens:

Eicellen: voor het gen zaadlobkleur G of g en voor het gen vorm R en r.
Zaadcellen: voor het gen zaadlobkleur alleen g en voor het gen vorm R en r.
Eicellen:G en R, G en r, g en R of g en R

geslachtscellen

conclusie:

allel voor zaadlobkleur: keuze uit 2, allel voor zaadvorm: keuze uit 2,
mogelijkheden: 2 x 2 = 4
Zaadcellen:g en R of g en r
allel voor zaadlobkleur: keuze uit 1, allel voor zaadvorm: keuze uit 2,
mogelijkheden: 1 x 2 = 2



5.3
1pntHoe groot is de kans op zaden met het genotype ggrr?
  • 1/2
  • 0
  • 1/16
  • 1/8
  • 1/3
  • 1/4

uitwerking 5.3

gegevens:

Genotype ouders:P: ♀  GgRr  x ♂  ggRr

vraag:

Hoe groot is de kans op zaden met het genotype ggrr?

analyse gegevens:

kruisingen

conclusie:

De kans op ggrr is gelijk aan de kans op gg x de kans op rr: 1/2 x 1/4 = 1/8



5.4
1pntHoe groot is de kans op zaden met het genotype GgRr?
  • 1/2
  • 0
  • 1/4
  • 1/3
  • 1/16
  • 1/8

uitwerking 5.4

gegevens:

Genotype ouders:P: ♀  GgRr  x ♂  ggRr

vraag:

Hoe groot is de kans op zaden met het genotype GgRr?

analyse gegevens:

kruisingen

conclusie:

De kans op GgRr is gelijk aan de kans op Gg x de kans op Rr: 1/2 x 1/2 = 1/4




persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag