monohybride en dihybride kruisingen  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| bovenbouw h v |

erfelijke informatie en celdelingen

De erfelijke informatie van een individu bestaat uit erfelijke informatie van zowel zijn vader als zijn moeder. Een chromosoom van een chromosoompaar bevat de erfelijke informatie van de vader van dit individu voor een bepaalde eigenschap, terwijl het andere chromosoom van het chromosoompaar de erfelijke informatie van de moeder bevat voor deze eigenschap.

Het erfelijk materiaal van een individu bestaat zowel uit invloeden van de vader als uit invloeden van de moeder.

overerving oogkleur bij verschillende individuen

dominant, recessief en intermediair

Wanneer bepaalde eigenschappen van de vader in het individu tot expressie komen, is de erfelijke informatie van de vader dominant over de informatie van de moeder. De erfelijke informatie van de vader wordt dan dominant genoemd en de erfelijke informatie van de moeder recessief.

Als zowel elementen van erfelijke informatie van de vader als van de moeder in het individu tot expressie komen erft een dergelijke eigenschap intermediair over.

2.1
1pntBestudeer de bovenstaande animatie. Welke van de onderstaande beweringen is juist?
  • bruine ogen erven ten opzichte van blauwe ogen dominant over en bruine en groene ogen erven intermediair over
  • bruine ogen erven ten opzichte van groene ogen dominant over en bruine en blauwe ogen erven intermediair over
  • blauwe ogen erven ten opzichte van bruine ogen dominant over en bruine en groene ogen erven intermediair over

genen en allelen

Erfelijke eigenschappen worden genen genoemd. Een gen bestaat uit minimaal twee allelen. Eén allel is afkomstig van de moeder van het organisme en één allel is afkomstig van de vader van het organisme.

Wanneer beide allelen over dezelfde erfelijke informatie beschikken is het organisme homozygoot en als beide allelen over verschillende erfelijke informatie beschikken is het organisme heterozygoot.

2.2
1pntBestudeer de bovenstaande animatie. Welke van de onderstaande beweringen is juist?
  • een organisme met bruine ogen is altijd homozygoot voor deze eigenschap
  • een organisme met blauwe ogen is altijd homozygoot voor deze eigenschap
  • een organisme met groenbruine ogen is altijd homozygoot voor deze eigenschap
2.3
1pntBestudeer de bovenstaande animatie. Welke van de onderstaande beweringen is juist?
  • een organisme met blauwe ogen is altijd heterozygoot voor deze eigenschap
  • een organisme met bruine ogen is altijd heterozygoot voor deze eigenschap
  • een organisme met groenbruine ogen is altijd heterozygoot voor deze eigenschap

erfelijke eigenschappen in gameten

Gedurende de meiose wordt óf het erfelijke materiaal dat het individu van zijn vader gekregen heeft, óf het erfelijke materiaal dat een individu van zijn moeder gekregen heeft over de gameten verdeeld.

Bij meiose in één stamcel in de geslachtsorganen of gonaden ontstaan vier gameten. In een gameet kan óf het allel dat het individu van zijn vader geërfd heeft óf het allel dat het individu van zijn moeder geërfd heeft aanwezig zijn.

2.4
1pntWelke bewering is juist?
  • de allelen in de vier gameten, die ontstaan door reductiedelingen van één stamcel in de gonaden van een individu dat heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap, bezitten alle vier dezelfde erfelijke informatie
  • de allelen in de vier gameten, die ontstaan door reductiedelingen van één stamcel in de gonaden van een individu dat heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap, kunnen allemaal verschillende erfelijke informatie bezitten
  • de allelen in de vier gameten, die ontstaan door reductiedelingen van één stamcel in de gonaden van een individu dat heterozygoot is voor een bepaalde eigenschap, bevatten twee aan twee verschillende erfelijke informatie

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2019 Leon Dahmen biodoen Den Haag