monohybride en dihybride kruisingen  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| bovenbouw h v |

dihybride onafhankelijke overerving

Hieronder is een kruising van een man met groenbruine ogen en oorlellen met een vrouw met blauwe ogen met een oorleltussenvorm uitgewerkt. De genen voor oogkleur en oorlelvorm erven onafhankelijk over.

ouders (P-generatie)

gameten


nakomelingen (F1-generatie)

berekeningen:

Uit het kruisingsschema is af te leiden dat 8 van de 16 nakomelingen groene ogen zal hebben. De kans op groene ogen is dus 8/16 of 1/2 (50%).

Uit het kruisingsschema is af te leiden dat 4 van de 16 nakomelingen oorlellen zal hebben. De kans op oorlellen is dus 4/16 of 1/4 (25%).

nakomelingen groene ogen
  
nakomelingen met oorlellen
  

Tevens is uit bovenstaand kruisingsschema af te leiden dat 2 van de 16 nakomelingen groene ogen én oorlellen zal hebben. De kans op groene ogen én oorlellen is dus 2/16 of 1/8 (12.5%).

nakomelingen met groene ogen én oorlellen
  

De kans op een nakomeling met oorlellen en groene ogen is gelijk aan de kans op oorlellen x kans op groene ogen.

formule bij onafhankelijke overerving

De kans dat bij een onafhankelijke overerving een nakomeling zowel eigenschap 1 als eigenschap 2 erft, is gelijk aan de kans op eigenschap 1 x de kans op eigenschap 2.

kruisingen

ouders (P-generatie) en nakomeling (F1-generatie)

6.1
1pntIn de bovenstaande kruising is het fenotype en genotype (GBLl x BbLl) van de ouders (P-generatie) gegeven. Hoe groot is de kans op het fenotype (groene ogen en geen oorlellen) en genotype (GbLl )?
  • fenotypisch: 50%; genotypisch: 25%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 50%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 25%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 12.5%

uitwerking

_________________

P-generatie: 
    
    GBLl x BbLl

F1:
       G    B
a
    B  GB   BB
    b  Gb   Bb

- De kans op groene ogen is 50% of 1/2
- De kans op Gb is 25% of 1/4

F1:
        L    l

     L  LL   Ll
     l  Ll   ll

- De kans op tussenvormoorlellen is 50% of 1/2
- De kans op Li is 50% of 1/2

_________________

- De kans op groene ogen en tussenvormoorlellen is 1/2 x 1/4 = 1/4 of 25%
- De kans op GbLl is 1/4 x 1/2 = 1/8 of 12.5%

_________________


ouders (P-generatie) en nakomeling (F1-generatie)

6.2
1pntIn de bovenstaande kruising is het fenotype en genotype (bbll x GBLl) van de ouders (P-generatie) gegeven. Hoe groot is de kans op het fenotype (groene ogen en geen oorlellen) en genotype (GbLl )?
  • fenotypisch: 50%; genotypisch: 25%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 25%
  • fenotypisch: 12.5%; genotypisch: 12.5%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 12.5%

uitwerking

_________________

P-generatie: 
    
    bbll x GBLl

F1:
        b    b

    G   Gb   Gb
    B   Bb   Bb

- De kans op groene ogen is 50% of 1/2
- De kans op Gb is 50% of 1/2

F1:
        l    l

     L  Ll   Ll
     l  ll   ll

- De kans op tussenvormoorlellen is 50% of 1/2
- De kans op Li is 50% of 1/2

_________________

- De kans op groene ogen en tussenvormoorlellen is 1/2 x 1/2 = 1/4 of 25%
- De kans op GbLl is 1/2 x 1/2 = 1/4 of 25%

_________________


dihybride gekoppelde overerving

Hieronder is een kruising van een man met groenbruine ogen en oorlellen met een vrouw met blauwe ogen met een oorleltussenvorm uitgewerkt. Verondersteld wordt dat de genen voor oogkleur en oorlelvorm gekoppeld overerven.

NB: Bij mensen erven de genen voor oogkleur en oorlelvorm onafhankelijk over. Het onderstaande kruisingsschema is fictief.

ouders (P-generatie)

gameten

nakomelingen (F1-generatie)

berekeningen:

Uit het kruisingsschema is af te leiden dat de kans op een nakomeling zonder oorlellen en groene ogen 1/4 of 25% is.

kruisingen

ouders (P-generatie) en nakomeling (F1-generatie)
6.3
1pntIn de bovenstaande kruising is het fenotype en genotype (GL/Bl x bl/bl) van de ouders (P-generatie) gegeven. Hoe groot is de kans bij gekoppelde overerving op het fenotype (groene ogen en geen oorlellen) en genotype (GbLl )?
  • fenotypisch: 50%; genotypisch: 50%
  • fenotypisch: 50%; genotypisch: 25%
  • fenotypisch: 0%; genotypisch: 0%
  • fenotypisch: 25%; genotypisch: 25%

uitwerking

_________________

P-generatie: 

    GBLl x bbLl

F1:
        GL     Bl

    bl  GbLl   Bbll
    bl  GbLl   Bbll

- De kans op groene ogen zonder oorlellen is 50% of 1/2
- De kans op GbLl 50% of 1/2

_________________



persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2019 Leon Dahmen biodoen Den Haag