open bloedsomloop bij watervlooien  (onderzoek - practicum met verwerkingsvragen)| onderbouw h v | bovenbouw m |

beweging en temperatuur bij watervlooien

waterbaden

voorbereiding:

Verwarm één waterbad tot 23°C en voeg aan het tweede waterbad zoveel ijsklontjes toe, dat de temperatuur daalt tot 5°C.

onderzoeksvraag:

Bij welke temperatuur zijn watervlooien het meest actief?

hypothese:

Omdat watervlooien koudbloedige dieren zijn, is de lichaamstemperatuur afhankelijk van de omgeving. Koudbloedige dieren zijn actiever bij een hogere temperatuur, dus zullen watervlooien in een warmere omgeving actiever zijn.

nodig:

kweekbuizen met watervlooien bij verschillende temperaturen

circa 24 watervlooien, twee waterbaden (23?C en 5?C), ijsklontjes, drie kweekbuizen, pipet, loep en het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'

taakverdeling:

Om deze opdracht binnen de gestelde tijd af te krijgen, kunnen de onderstaande experimenten het best in groepsverband gedaan worden. Stel in een groep een coödinator aan. De coördinator geeft binnen de groep aan wie welke handelingen achtereenvolgens moet verrichten. Stel binnen de groep een persoon aan die de volglijnen noteert in het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien' en een persoon die de verwerkingsopdrachten op de webpagina volgt, tegelijk met de experimenten.

werkwijze:

watervlooien pipetteren


• vul drie kweekbuizen met circa drie cm. slootwater
• verzamel circa 24 watervlooien en verdeel de watervlooien over de drie kweekbuizen
• zuig de watervlooien op met een pipet en spuit de pipet leeg in de kweekbuizen
• verdeel de watervlooien over de drie kweekbuizen
• plaats één kweekbuis in het voorverwarmde waterbad van 23?C
• plaats één kweekbuis in het afgekoelde waterbad
• laat de watervlooien en het slootwater enige tijd op temperatuur komen
• houd een kweekbuis apart die op kamertemperatuur blijft

Bestudeer de bewegingen van de watervlooien in de kweekbuis die op kamertemperatuur (circa 18 à 20?C) is gehouden. Gebruik hiervoor een loep.

1.1
1pntWelke van de onderstaande bewegingen maken de meeste watervlooien in de kweekbuis bij kamertemperatuur?

Om bewegingen van watervlooien vast te leggen worden volglijnen gebruikt. Bij een volglijn wordt één watervlo gedurende één minuut gevolgd. Aan het begin van de volglijn wordt de starttijd (00:00) genoteerd en aan het einde van de volglijn wordt de eindtijd (01:00) genoteerd.

volglijnen
  
schudden
  


Volg de bewegingen van één watervlo in de 18 à 20°C (kamertemperatuur) kweekbuis gedurende één minuut.
• teken de volglijn van de bewegingen die de watervlo gedurende één minuut maakt
• vul de volglijn in op het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'
• geef bij de volglijn de begintijd en de eindtijd aan
• schud de kweekbuis enigszins
• teken de volglijn van de watervlo na het schudden van de kweekbuis
• vul de volglijn in op het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'
• herhaal deze handelingen met de 23?C kweekbuis en de 5?C kweekbuis
• teken steeds bij beide experimenten de volglijnen voor en na het schudden
• vul de volglijnen in op het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'
• plaats de 23?C kweekbuis en de 5?C kweekbuis terug in de waterbaden.

waarnemingen:

Teken de zes volglijnen op het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'.

analyse:

Hieronder staan enkele vragen om de gegevens uit de experimenten te analyseren. Als de waarnemingen anders zijn dan verwacht kon worden naar aanleiding van de gestelde hypothese, wordt het antwoord fout gerekend.

1.2
3pntWelke verschillen zijn waargenomen bij de verschillende kweekbuizen?
  • de watervlooien in de kweekbuis van 18 à 20°C (kamertemperatuur) zijn actiever [ voor ] [ na ] het schudden
  • de watervlooien in de kweekbuis van 18 à 20°C (kamertemperatuur) zijn [ minder actief ] [ actiever ] dan de watervlooien in de kweekbuis van 23°C
  • de watervlooien in de kweekbuis van 18 à 20°C (kamertemperatuur) zijn [ minder actief ] [ actiever ] dan de watervlooien in de kweekbuis van 5°C
1.3
3pntwarmbloedig en koudbloedig
  • de watervlooien zijn [ warmbloedige ] [ koudbloedige ] organismen, omdat ze [ actiever ] [ minder actief ] zijn in een koelere omgeving
  • de lichaamstemperatuur van watervlooien is [ gelijk ] [ niet gelijk ] aan de omgevingstemperatuur
  • watervlooien hebben [ een ] [ geen ] constante lichaamstemperatuur
1.4
1pntDe activiteit van de watervlooien in de kweekbuizen wordt voor en na het schudden bepaald. Waarom worden de kweekbuizen met watervlooien geschud?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


1.5
1pntDe kweekbuis met slootwater van 18 à 20°C wordt in dit experiment als blancobepaling gebruikt. Bij een blancobepaling wordt het experiment onder neutrale omstandigheden uitgevoerd. Waarom wordt deze blancobepaling gedaan?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


conclusie:

Formuleer een conclusie op het werkblad 'open bloedsomloop bij watervlooien'. Verwerk de bovenstaande analyse in de conclusie.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag