centraal zenuwstelsel, zenuwen en zenuwcellen  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| onderbouw h v | bovenbouw m h v |

impulsen en zenuwen

model van een zenuwcel

Een zenuwcel bestaat uit een cellichaam met uitlopers. Deze uitlopers vervoeren impulsen door het zenuwstelsel. Impulsen zijn kleine stroompjes. Deze stroompjes kunnen worden waargenomen met zeer geavanceerde meetapparatuur.

meetapparatuur en impulsen

In de onderstaande twee animaties wordt in de bovenste animatie een fel brandende lamp gedurende enkele seconden aangezet en in de onderste animatie wordt een minder fel brandende lamp gedurende enkele seconden aangezet.

impulsgeleiding bij een fel brandende lamp


impulsgeleiding bij een minder fel brandende lamp

De manier waarop de impulsen in bovenstaande animaties voortgeleid worden verschillen van elkaar.

2.1
1pntIn de animatie bij fel licht worden meer impulsen geleid dan in de animatie bij minder fel licht.
  • [ juist ] [ onjuist ]
2.2
1pntIn de animatie bij fel licht wordt meer stroom per impuls geleid dan in de animatie bij minder fel licht.
  • [ juist ] [ onjuist ]

Met frequentie wordt het aantal wisselingen in stroomsterkte aangegeven per tijdseenheid.

2.3
1pntWelke bewering is juist?
  • bij een sterke prikkeling neemt de impulsfrequentie toe
  • bij een zwakke prikkeling neemt de impulsfrequentie toe
  • bij een sterke of zwakke prikkel blijft de impulsfrequentie gelijk
2.4
1pntWelke bewering is juist?
  • bij een zwakke prikkeling neemt de stroomsterkte toe
  • bij een sterke of zwakke prikkel blijft de stroomsterkte gelijk
  • bij een sterke prikkeling neemt de stroomsterkte toe

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag