enzymwerking amylase  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| bovenbouw h v |

analyse biscuitkoekjespracticum

Aan de hand van een practicum, waarbij na het kauwen van een biscuitkoekje de hoeveelheid zetmeel in het gekauwde biscuitkoekje wordt aangetoond, wordt een analyse opgezet. In het voorbereidende practicum wordt in twee delen het biscuitkoekjespracticum uitgevoerd. In het vervolgpracticum wordt de analyse van het biscuitkoekjespracticum uitgevoerd.

zetmeel

biscuitje

Zaden van tarweplanten bevatten veel zetmeel. Zetmeel wordt door tarweplanten opgeslagen in graankorrels. Zetmeel in graankorrels wordt in het voorjaar door nieuwe tarweplantjes (kiemplantjes) verbruikt om te groeien. Als de jonge tarweplantjes groene blaadjes hebben is het zetmeel in de graankorrel niet meer nodig voor groei en ontwikkeling. Het tarwekiemplantje kan dan zelf zijn eigen voedingsstoffen produceren. Graankorrels worden door mensen gemalen om er meel van te maken. Een mengsel van meel, zout, suiker, boter en gist wordt gebruikt om brood van te bakken. In bijvoorbeeld brood, koekjes of aardappel zit veel zetmeel.

indicatoren

zwartkleuring biscuitkoekje

Met behulp van de indicator JKJ (jodium) kan zetmeel worden aangetoond. Als een druppel JKJ (jodium) in aanraking komt met een product waarin veel zetmeel is verwerkt, kleurt JKJ (jodium) de stof donkerblauw/zwart.

minimale concentratie JKJ (jodium) (1ste voorbereidend practicum)

Omdat slechts weinig van de indicatorvloeistof JKJ (jodium) nodig is om zetmeel te kleuren, wordt eerst de minimale concentratie JKJ (jodium) die nodig is om zetmeel te kleuren, bepaald.

onderzoeksvraag:

Hoeveel druppels JKJ (jodium) moeten er worden toegevoegd aan een epje dat voor de helft gevuld is met water, voordat een druppel van dit mengsel het zetmeel in het biscuitkoekje lichtgrijs tot donkerblauw/zwart kleurt?

hypothese:

Omdat de indicator JKJ zetmeel aantoont en zetmeel aanwezig is in biscuitkoekjes, wordt verondersteld dat JKJ een biscuitkoekje donkerblauw/zwart kleurt.

nodig:

flesje water, JKJ (jodium), epjes (plastic mini-reageerbuisje), druppelpipet, biscuitkoekjes en het werkblad 'enzymwerking speeksel'

werkwijze:

• stap 1:
Vul het epje voor de helft met water
• stap 2:
druppel één druppel JKJ (jodium) uit het indicatorflesje in het epje. Sluit het epje en schud het mengsel.
• stap 3:
Zuig een beetje mengsel uit het epje op met een druppelpipet. Laat éé druppel uit de pipet op het biscuitkoekje vallen.
• stap 4:
Als geen kleuring van het biscuitkoekje optreedt, moeten de stappen 2 en 3 herhaald worden. Druppel het mengsel in de pipet terug in het mengsel in het epje.

werkwijze:

taakverdeling:

Om het practicum `zetmeel aantonen` in 25 minuten af te krijgen moet er in groepsverband samengewerkt worden. Het is verstandig om dat in een groepje van drie à vier personen te doen. Verdeel de volgende taken binnen het groepje:
coördinator/notulist. Deze persoon vertelt de andere personen wat er bij de proefjes gedaan moet worden en houdt de gegevens bij (waarnemingen noteren op het werkblad 'waarnemingenblad practicum zetmeel aantonen').
één of twee personen die de benodigdheden verzamelen, de verdunningen voor JKJ (jodium) klaarmaken en de druppelpipet met JKJ (jodium)/watermengsel vullen en leegmaken
spreek af wie welke benodigdheden opruimt en schoonmaakt. Houd er in de planning rekening mee dat het klaarzetten en opruimen van de practicumspullen ongeveer 5 minuten kost. Probeer de planning met elkaar door te spreken voor de practicumlessen. Dit bespaart veel tijd.

waarnemingen:

In de afbeelding hierboven kleurt het zetmeel in het biscuitkoekje, als er in totaal 5 druppels JKJ (jodium) aan het mengsel zijn toegevoegd.
De stappen 2 en 3 zijn bij deze waarnemingen vier keer herhaald. Er waren vijf druppels nodig om de minimale concentratie JKJ (jodium) te bepalen die nodig is voor het aantonen van zetmeel in biscuitkoekjes.
Hoeveel druppels JKJ (jodium) aan het mengsel moet worden toegevoegd, is afhankelijk van de zetmeelconcentratie in het biscuitkoekje en de concentratie van het gebruikte JKJ (jodium).

conclusie:

In de conclusie wordt vermeld hoeveel druppels JKJ (jodium) nodig waren om het zetmeel in het biscuitkoekje donkerblauw/zwart te kleuren.

!!
Het epje met het mengsel met de minimale concentratie JKJ (jodium) is nodig voor het volgende proefje.

enzymwerking van speeksel (2de voorbereidend practicum)

Met behulp van het enzym `amylase`, wordt zetmeel omgezet in suikers. Zetmeel en suikers behoren beide tot de koolhydraten. Koolhydraten zijn voedingsstoffen die als brandstof en bouwstof kunnen dienen voor organismen. Plantaardige organismen gebruiken koolhydraten (met name zetmeel) als reservestof.
Zetmeel is een voedingsstof die niet door de dunne darmwand in het bloed kan worden opgenomen. Zetmeel moet eerst verteerd worden.
Het enzym `amylase` helpt bij de omzetting van zetmeel in suikers. Suikers kunnen wel door de dunne darmwand in het bloed worden opgenomen.
Suikers worden via de bloedbaan naar cellen vervoerd. In cellen worden de suikers gebruikt als brandstof.

een deel van een zetmeelmolecuul (groen) en het enzym `amylase`(zwart)
Het enzym `amylase` en het zetmeelmolecuul hebben een zetmeel-enzymcomplex gevormd.
het enzym `amylase` heeft geholpen het zetmeelmolecuul om te zetten in suikers

onderzoeksvraag:

Bevindt het enzym `amylase` zich in speeksel ?

hypothese:

Omdat het enzym amylase helpt bij de omzetting van zetmeel in suikers, zal zich in een mengsel van speeksel en biscuitkoekje na enige tijd weinig of geen zetmeel meer bevinden, als in het speeksel amylase aanwezig is.

nodig:

epje met de minimale concentratie JKJ (jodium) uit de vorige practicumopdracht, druppelpipet, plastic lepeltjes en het werkblad 'enzymwerking speeksel'

werkwijze:

• stap 1:

Vul een druppelpipet met de minimale concentratie JKJ (jodium) ( zie de vorige pagina).

• stap 2:

Kauw gedurende enkele minuten (minimaal 4) op een stukje van een biscuitkoekje (1/8 deel). Breng de voedselbrij van gemalen biscuitkoekje en speeksel op een lepeltje.

• stap 3:

Druppel één druppel JKJ (jodium)mengsel uit de druppelpipet op de voedselbrij op het lepeltje.

taakverdeling:

Om het practicum enzymwerking in 25 minuten af te krijgen, moet samengewerkt worden. Het is verstandig om dat in een groepje van drie à vier personen te doen. Verdeel binnen het groepje de volgende taken:
Coördinator/notulist. Deze persoon vertelt de andere personen wat er bij de proefjes gedaan moet worden.
Eén of twee personen kauwen gedurende minimaal 4 minuten op een biscuitkoekje en vullen de lepeltjes met voedselbrij - één persoon vult de druppelpipet met de minimale concentratie JKJ (jodium)mengsel en druppelt dit op de voedselbrij in de lepeltjes.
Spreek af wie welke benodigdheden opruimt en schoonmaakt. Houd er in de planning rekening mee dat het klaarzetten en opruimen van de practicumspullen ongeveer 5 minuten kost. Probeer de planning met elkaar door te spreken voor de practicumlessen. Dit bespaart veel tijd en ergernis.

waarnemingen:

Noteer op het werkblad 'enzymwerking speeksel' of de voedselbrij wel of niet donkerblauw/zwart kleurt door toevoeging van de druppel JKJ (jodium).

conclusie:

Geef op het werkblad 'enzymwerking speeksel' aan of met deze proef wordt aangetoond of het enzym `amylase` in speeksel aanwezig is.

!!
Normaal gesproken is het enzym `amylase` in speeksel aanwezig. Het proefje dat hierboven beschreven staat, werkt niet onder alle omstandigheden. De amylaseproductie van de speekselklieren is niet altijd en bij iedere persoon even hoog. Sommige voedingsmiddelen hebben bijvoorbeeld een nadelige werking op de productie van amylase door de speekselklieren. Welke andere redenen kunnen er zijn voor een foutieve uitslag bij de JKJ/biscuitkoekjesproef?


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag