enzymwerking amylase  (onderzoek - opdrachtgestuurd practicum)| bovenbouw h v |

vervolgpracticum analyse biscuitkoekjespracticum

Hoewel in speeksel amylase aanwezig is en de indicator JKJ zetmeel en geen verteringsproducten van amylase aantoont, zijn de waarnemingen van het biscuitkoekjespracticum niet altijd naar verwachting. In dit vervolgpracticum wordt nader dit onderzocht.

practicum in beeld

taakverdeling:

Lees het vervolgpracticum door en bepaal welke handelingen vooraf gedaan moeten worden en welke gegevens via literatuuronderzoek achterhaald kunnen worden. Om het vervolgpracticum `enzymwerking amylase` binnen 2 uur af te krijgen moet er in groepsverband samengewerkt worden. Het is verstandig om dat in een groepje van drie à vier personen te doen. Stel binnen het groepje een coördinator/notulist aan. Deze persoon vertelt de andere personen wat er bij de proefjes gedaan moet worden en houdt de gegevens bij. Tevens moet een persoon via literatuuronderzoek zien te achterhalen welke hoeveelheden, temperaturen e.d. moeten worden gekozen tijdens het practicum. Bij bijvoorbeeld de voorbereidende handelingen van dit practicum moeten veel handelingen verricht worden. Het spreekt voor zich dat de coördinator/notulist en degene die literatuuronderzoek verricht op dit soort momenten bijspringen.

biscuitkoekjespracticum analyse

biscuitkoekjespracticum

Het `biscuitkoekjespracticum`mislukt vaak. Zelden lukt het om een duidelijk verschil in kleuring met JKJ (jodium) tussen de fijngekauwde voedselbrij en het oorspronkelijke biscuitkoekje te krijgen. De hoeveelheid amylase die in speeksel zit is niet altijd even groot. Dit is afhankelijk van de voeding of de lichamelijke gesteldheid van de persoon waarvan het speeksel afkomstig is. De hoeveelheid speeksel die wordt gevormd is afhankelijk van beïnvloeding van of het parasympatische zenuwstelsel dan wel het (ortho)sympatische zenuwstelsel. Aan de hand van de vervolgpractica wordt onderzocht hoe de verschillende bestanddelen van het `biscuitkoekjespracticum` zich gedragen.

natuurwetenschappelijk onderzoek

onderzoeksvragen:

In het `biscuitkoeksjespracticum` zijn de twee onderzoeksvragen gegeven:

•  onderzoeksvraag vooronderzoek 1
Hoeveel druppels JKJ (jodium) moeten er worden toegevoegd aan een epje dat voor de helft gevuld is met water, voordat een druppel van dit mengsel het zetmeel in het biscuitkoekje lichtgrijs tot donkerblauw/zwart kleurt?

• onderzoeksvraag vooronderzoek 2
Bevindt het enzym `amylase` zich in speeksel ?

Lees het vervolgpracticum door en formuleer onderzoeksvragen voor de drie experimenten van het vervolgpracticum

• onderzoeksvraag vervolgonderzoek 1
Onderzoeksvraag 1 heeft betrekking op het experiment waarbij speeksel wordt toegevoegd aan een mengsel van biscuitkoekje en water.

• onderzoeksvraag vervolgonderzoek 2
Onderzoeksvraag 2 heeft betrekking op het experiment waarbij speeksel wordt toegevoegd aan opgelost zetmeel in water (NB: zetmeel lost alleen op in water als het mengsel gekookt wordt).

• onderzoeksvraag vervolgonderzoek 3
Onderzoeksvraag 3 heeft betrekking op het experiment waarbij een amylase-oplossing wordt toegevoegd aan opgelost zetmeel in water.

hypothese:

Formuleer een veronderstelling die betrekking heeft op het mislukken van het `biscuitkoekjespracticum` (zorg ervoor dat de veronderstelling aansluit bij het vervolgpracticum).

nodig:

waterbad (bij voorkeur met thermostaat)*, 6 reageerbuizen, 3 horlogeglazen, vijzel, pasteurspipet (zuigpipet), biscuitkoekjes, JKJ (jodium), waterflesje, zetmeeloplossing van 1%**, amylase-oplossing van 0.1%, watervaste stift en een notitievel

* = met behulp van een waterbad kunnen reageerbuizen op een constante temperatuur gehouden worden
* = Zetmeel lost op in water door de oplossing aan de kook te brengen. Deze oplossing is beperkt houdbaar!

waterbad

werkwijze:

• waterbad

Stel het waterbad in op de temperatuur waarbij de enzymwerking voor dit practicum optimaal is. Stel de temperatuur ruimschoots van tevoren in zodat de temperatuur op peil is als het practicum start. Het is van belang om de temperatuur gedurende het practicum herhaaldelijk te controleren. Noteer de gekozen temperatuur van het waterbad op het notitievel.

NB: indien er geen waterbad met thermostaat aanwezig is, moet de temperatuur van het waterbad met behulp van een thermometer constant gehouden worden

• reageerbuizen

Nummer zes reageerbuizen met een watervaste stift met de nummers 1 t/m 6.

reageerbuis 1

Stamp met behulp van een vijzel een klein deel van een biscuitkoekje fijn en voeg voldoende water toe. Vul reageerbuis 1 met dit mengsel. Noteer de kleur van dit mengsel op het notitievel.

reageerbuizen 2 en 4

Verzamel speeksel en vul hiermee de reageerbuizen 2 en 4. Noteer de hoeveelheid speeksel in de reageerbuizen 2 en 4 op het notitievel. Noteer de kleur van het speeksel in de reageerbuizen 2 en 4 op het notitievel.

reageerbuizen 3, 5 en 6

Vul reageerbuis 3 en 5 met een zetmeeloplossing van 1%. Vul reageerbuis 6 met een amylase-oplossing van 0.1%. Noteer de kleur van de oplossingen in reageerbuizen 3, 5 en 6 op het notitievel.

Plaats de reageerbuizen in het waterbad en laat de reageerbuizen met inhoud op temperatuur komen. Noteer de tijd die de reageerbuizen in het waterbad hebben gestaan voordat de experimenten starten op het notitievel.

• horlogeglazen

Een horlogeglas is een cirkelvormig stuk glas dat enigszins bol staat. In plaats van een horlogeglas kunnen ook kleine schaaltjes gebruikt worden.

horlogeglas

Vul drie horlogeglazen met een aantal druppels JKJ (jodium). Noteer het aantal druppels JKJ (jodium) in elk horlogeglas op het notitievel. Noteer de kleur van het JKJ (jodium) in de drie horlogeglazen op het notitievel.

• mengsels

mengsels

Voeg de reageerbuizen 1 en 2 bij elkaar, 3 en 4 bij elkaar en 5 en 6 bij elkaar. Plaats de mengsels (reageerbuis 1, 3 en 5) terug in het waterbad. Noteer de tijd die de reageerbuizen 1, 3 en 5 in het waterbad staan voordat verder gegaan wordt met de experimenten.

• pipetteren

pipetteren

Zuig mengsel op uit achtereenvolgens reageerbuizen 1, 3 en 5 en pipetteer enkele druppels op de horlogeglazen 1, 2 en 3. Noteer het aantal druppels mengsel dat aan het JKJ (jodium) in de horlogeglazen 1, 2 en 3 is toegevoegd op het notitievel.

waarneming:

Noteer op het notitievel de kleur die ontstaat in de horlogeglazen 1, 2 en 3 als het mengsel is toegevoegd. Noteer de kleur die na enige tijd is ontstaan in de horlogeglazen 1, 2 en 3 op het notitievel. Noteer ook hoeveel tijd er tussen deze twee waarnemingen zit.

analyse waarnemingen en resultaten:

In de werkwijze van het vervolgpracticum wordt herhaaldelijk verwezen naar handelingen, instellingen, kleuringen en verkleuringen die op 'het notitievel' genoteerd moeten worden.
• gekozen temperatuur voor het waterbad
• kleuren van de mengsels in de reageerbuizen 1 t/m 6
   (voordat de experimenten starten)
• de tijd die de reageerbuizen in de waterbak hebben gestaan
   (voordat de experimenten starten)
• het aantal druppels JKJ (jodium) in elk horlogeglas
• de kleur van het JKJ (jodium) in de drie horlogeglazen
• de tijd die de reageerbuizen 1, 3 en 5 in het waterbad staan
   (na menging met respectievelijk reageerbuizen 2, 4 en 6)
• het aantal druppels mengsel dat aan het JKJ (jodium) in de horlogeglazen is toegevoegd
• de kleur die ontstaat in de horlogeglazen 1, 2 en 3
   (direct nadat het mengsel is toegevoegd)
• de kleur die ontstaat in de horlogeglazen 1, 2 en 3
   (enige tijd nadat het mengsel is toegevoegd)
• hoeveel tijd er tussen deze twee waarnemingen zit
Analyseer de bovenstaande gegevens en verwerk deze analyse in de conclusie.

motivering:

De gegevens die tijdens het vervolgpracticum op het notitievel genoteerd zijn, dienen in het natuurwetenschappelijk verslag te worden verwerkt en moeten worden voorzien van een motivatie. Voor het beargumenteren van de gemaakte keuzes wordt in de taakverdeling naar literatuurstudies verwezen die door één groepslid tijdens de voorbereidingen van het vervolgpracticum zijn verricht.

conclusie:

Trek een conclusie met betrekking tot het `biscuitkoekjespracticum` na analyse van de resultaten die tijdens het vervolgpracticum verzameld zijn. Geef in de conclusie aan of de hypothese die opgesteld is wordt aangenomen of wordt verworpen.

aanpassingen aan het biscuitkoekjespracticum:

Stel aan de hand van het bovenstaande vervolgpracticum een aantal wijzigingen in het biscuitkoekjespracticum (1ste en 2de voorbereidend practicum van dit onderzoek) voor, zodat het biscuitkoekjespracticum minder vaak mislukt.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag