opname van voedingsstoffen en verteringsproducten  (theorie - theorie)| bovenbouw h |

oppervlaktevergroting

preparaat dunnedarmwand

De dunne darm heeft een lengte van ongeveer 6 meter en een oppervlak van 100 à 150 m2. Dit enorme oppervlak wordt veroorzaakt door de bouw van de darm.

oppervlaktevergroting


Op de plooien in de darmwand bevinden zich darmvlokken of villi. In de villi bevinden zich bloedvaten en lymfevaten. Deze bloedvaten en lymfevaten spelen een belangrijke rol bij de resporptie van voedingsstoffen en verteringsproducten. De cellen van het darmepitheel (darmdekweefsel) op de darmvlokken hebben een sterk geplooid celoppervlak. Deze celuitstulpingen worden microvilli genoemd. Tezamen veroorzaken deze elementen het enorme darmoppervlak.

darmoppervlak

resorptie

Water, vitaminen, mineralen en de verteringsproducten van eiwitten, vetten en koolhydraten worden door het darmepitheel opgenomen. Het darmepitheel wordt ook endoderm genoemd (endo = binnen). In de cellen in het darmepitheel vindt intensieve dissimilatie plaats. In de darmepitheelcellen bevinden zich dan ook grote aantallen mitochondiën. Door dissimilatie van brandstoffen (met name glucose) wordt de energiecarrier ADP (adenosinedifosfaat) omgezet in ATP (adenosinetrifosfaat). Deze energiecarrier speelt een belangrijke rol bij de selectieve opname van voedingsstoffen en verteringsproducten in het darmepitheel.

vertering van polysachariden en resorptie van glucose in het darmepitheel

legenda

concentratieverval

Voedingsstoffen en verteringsproducten die oplosbaar zijn in water kunnen, indien de concentratie van deze stoffen in het darmepitheel lager is dan buiten het darmepitheel, al dan niet met behulp van transporteiwitten door het celmembraan van de darmepitheelcellen heen diffunderen. Dit transport kost geen energie en vindt plaats met het concentratieverval mee.

transport door celmembranen van het darmepitheel met het concentratieverval mee

Als stoffen selectief worden opgenomen, of als de concentratie van deze stof in de darmepitheelcellen hoger is dan buiten de epitheelcellen, worden stoffen actief met behulp van transporteiwitten opgenomen. Bij dit actief transport wordt ATP omgezet in ADP. ADP wordt in de mitochondriën in de darmepitheelcellen weer omgezet in ATP. Bij deze omzetting wordt bijvoorbeeld glucose verbrand (C6H12)6 + 6O2 → 6H2O + 6CO2 + ∑). De energie (∑) die vrijkomt bij deze verbranding wordt vastgelegd in een energierijke binding waardoor ADP wordt omgevormd in ATP.

transport door celmembranen van het darmepitheel tegen het concentratieverval in of selectieve opname

in vet oplosbare stoffen

Membranen in cellen zijn opgebouwd uit fosfolipiden. Fosfolipiden zijn vetachtige stoffen. Stoffen die oplosbaar zijn in vet kunnen door het celmembraan diffunderen. Voedingsstoffen en verteringsproducten die door celmembranen kunnen diffunderen en dus oplosbaar zijn in vet zijn glycerol, vetzuren, monoglyceride en bepaalde vitaminen (vitamine A, vitamine D, vitamine E en vitamine K zijn oplosbaar in vet). De opname van in vet oplosbare stoffen gaat met het concentratieverval mee en kost geen energie.

gasvormige stoffen

Zuurstof en koolstofdioxide kunnen vrij door celmembranen heen diffunderen. Zuurstof wordt verbruikt in de mitochondiën waar onder verbranding van glucose de energiecarrier ADP wordt omgezet in ATP. Zuurstof diffundeert vanuit de haarvaten in de darmvlokken naar de mitochondriën. Bij de verbranding van glucose komen water en koolstofdioxide vrij. Koolstofdioxide diffundeert vanuit de mitochondriën naar de haarvaten in de darmvlokken. Het celmembraan vormt geen barrière voor gasvormige stoffen.

in water oplosbare stoffen

De fosfolipiden waaruit membranen zijn opgebouwd stoten water af. Water en kleine in water oplosbare moleculen kunnen door aquaporiën (aquaporines) heen diffunderen. Aquaporiën zijn speciale eiwitten in membranen.

aquaporines

wateropname

Door actieve opname van zouten (en andere in water oplosbare stoffen) stijgt de osmotische waarde van het darmepitheel. Door de hoge osmotische waarde vindt een verplaatsing van water tegen het concentratieverval in plaats.

osmose

resorptie in de dikke darm

Resorptie van water vindt met name plaats in de dikke darm. De dikke darm is ongeveer 50cm lang. Naast onverteerbare resten bevinden zich in de darm mineralen en cellulose. Mineralen worden in de dikke darm alsnog geresorbeerd. Vezels van plantaardige producten bestaan uit cellulose. Cellulose is een polysacharide. Mensen produceren geen enzymen die cellulose kunnen verteren. In de dikke darm bevinden zich echter talrijke bacteriën die wel in staat zijn cellulose te verteren. Deze bacteriën zetten cellulose om in glucose en behoren tot de darmflora. Zonder darmflora kan cellulose niet verteerd worden. De glucose die ontstaat door de vertering door bacteriën wordt door het darmepitheel in de dikke darm opgenomen in de bloedbaan.

resorptie door andere spijsverteringsorganen

Alcohol en bepaalde medicijnen kunnen ook in de mondholte en maagwand in de bloedbaan worden opgenomen. Nicotine en bepaalde medicijnen kunnen behalve door de maagwand ook via het mondslijmvlies in de mondholte in de bloedbaan komen. Bij opname door het mondslijmvlies of maagslijmvlies is de werking van deze stoffen vrijwel meteen merkbaar.

poortader

Stoffen die door het spijsverteringsstelsel worden opgenomen in de bloedbaan komen niet direct in het hele lichaam terecht. De poortader voert alle bloed dat van de darmen afkomstig is direct naar de lever. In de lever wordt de homeostase van het bloed voor groot deel geregeld. In de lever worden onder andere schadelijke stoffen onschadelijk gemaakt of opgeslagen en wordt een overdaad aan glucose omgezet in glycogeen. Alleen de endeldarm is niet verbonden met de poortader.

poortader

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag