spijsverteringsprocessen en medicijnopname  (theorie - oefentoets) |

concentratie en transport

2.1
5pntactief en passief transport
  • als de concentratie van een bepaalde stof hoger is in het darmkanaal dan in het darmepitheel vindt transport [ plaats ] [ niet plaats ] door geleide difussie
  • er is dan sprake van [ actief ] [ passief ] transport
  • als de concentratie van een bepaalde stof lager is in het darmkanaal dan in het darmepitheel vindt transport [ niet plaats ] [ plaats ] tegen het concentratieverval in
  • er is dan sprake van [ passief ] [ actief ] transport
  • als er sprake is van selectieve opname vindt er [ vrijwel geen ] [ intensieve ] dissimilatie plaats
2.2
3pntmonosacharide en aminozuren
  • uit de uit het darmkanaal opgenomen monosacharide en aminozuren worden in de cellen van het darmepitheel [ wel ] [ geen ] disachariden, dipeptiden en tripeptiden gevormd
  • de (al dan niet gevormde) stoffen worden opgenomen in [ alleen de haarvaten ] [ zowel de haarvaten als de lymfevaten ] [ alleen de lymfevaten ] van de [ darmvlokken ] [ darmplooien ]
2.3
3pntvetzuren, monoglyceriden en glycerol
  • uit de uit het darmkanaal opgenomen glyceride en vetzuren worden in de cellen van het darmepitheel [ wel ] [ geen ] vetten gevormd
  • de (al dan niet gevormde) stoffen worden opgenomen in [ zowel de haarvaten als de lymfevaten ] [ alleen de haarvaten ] [ alleen de lymfevaten ]
  • dit is [ wel ] [ niet ] afhankelijk van de lengte van de moleculen van de vetzuren
2.4
1pntnicotine en alcohol
  • nicotine en alcohol worden al gedeeltelijk opgenomen in de [ mond ] [ mond en maag ]
2.5
3pntdikke darm en endeldarm
  • in de dikke darm en endeldarm vindt [ wel ] [ geen ] opname van verteringsproducten plaats
  • de bloedvaten in het dikkedarmepitheel voeren het bloed [ niet ] [ wel ] naar de poortader
  • de bloedvaten in het endeldarmepitheel voeren het bloed [ niet ] [ wel ] naar de poortader

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2019 Leon Dahmen biodoen Den Haag