leverfuncties  (theorie - theorie) |

bouw van de lever

lever en organen die met aders of slagaders aan de lever verbonden zijn

•  1 » via de galbuis komt gal in de 12-vingerige darm
•  2 » stoffen die door het darmepitheel opgenomen zijn worden via de poortader naar de lever vervoerd
•  3 » door de leverader stroomt bloed via de holle ader naar de rechterboezem van het hart
•  4 » vanuit de linkerkamer van het hart wordt bloed via de aorta naar de leverslagader gepompt

poortader


De lever speelt een belangrijke rol bij homeostase, omdat de lever stoffen kan opslaan, omzetten en uitscheiden. Veel van deze stoffen worden via de poortader naar de lever gevoerd. Alle bloed dat van de maag, 12-vingerige darm, dunne darm, blindedarm en dikke darm afstroomt komt uit in de poortader. Stoffen die in het spijsverteringskanaal zijn opgenomen worden naar de poortader gevoerd. Stoffen die via de endeldarm worden opgenomen vormen een uitzondering. De endeldarm is namelijk niet verbonden met de poortader.

leverlobjes

leverlobje

leverweefsel

gal

galzouten

Cellen in de leverlobjes produceren gal. Gal bevat onder andere water, galzouten (galzure-zouten), cholesterol en galkleurstof. Galzouten emulgeren vet in de 12-vingerige darm. Door emulgatie wordt vet in kleine druppeltjes verdeeld, waardoor het oppervlak wordt vergroot en enzymen beter op vet kunnen inwerken. Via kanaaltjes in de lever wordt gal naar de galblaas gevoerd. De galblaas ligt schuin achter de lever. Via de galbuis komt gal in in de 12-vingerige darm. De galzouten worden verderop in het darmkanaal weer opgenomen in de bloedbaan en voor hergebruik terug naar de lever gevoerd.

galkleurstoffen

In de lever wordt een deel van de rode bloedcellen afgebroken. Bij deze afbraak van rode bloedcellen komen kleurstoffen en ijzeratomen vrij. Deze kleurstoffen en ijzeratomen zijn afkomstig van hemoglobine. Hemoglobine bevindt zich in rode bloedcellen en kan in een zuurstofrijke omgeving zuurstof opnemen en in een zuurstofarme omgeving dit weer afgeven. De kleurstoffen die vrijkomen bij de afbraak van rode bloedcellen, worden als gal afgevoerd en verlaten het lichaam via het darmkanaal. De kleurstoffen die vrijkomen bij deze afbraak geven de bruine kleur aan ontlasting.

mineralen en vitaminen

Het ijzer dat bij de afbraak van rode bloedcellen vrijkomt wordt in de lever opgeslagen voor hergebruik. In de lever worden ook mineralen (kalium en koper) en vitaminen (A, B12 en D) opgeslagen.

glucosegehalte

bloedsuikerspiegel

te hoge bloedsuikerspiegel

Als de bloedsuikerspiegel hoger dreigt te worden dan 0.1 % glucose wordt in de ß-cellen in de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier insuline geproduceerd.

insuline

Insuline is een hormoon en zorgt ervoor dat membranen meer permeabel worden voor glucose. Door de opname van glucose door lichaamscellen daalt de bloedsuikerspiegel. Ook door omzetting van glucose in glycogeen daalt de bloedsuikerspiegel. Onder invloed van insuline wordt glucose omgezet in vet. Vet kan worden opgeslagen in bindweefsel. Door de omzetting van glucose in vet daalt de bloedsuikerspiegel.

te lage bloedsuikerspiegel

Als de bloedsuikerspiegel lager dreigt te worden dan 0.1% glucose wordt door de α-cellen in de eilandjes van Langerhans glucagon geproduceerd.

glucagon

Glucagon is een hormoon dat de afgifte van suiker door lichaamscellen activeert en de omzetting van glycogeen in de lever en spieren in glucose stimuleert, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt. Glucagon stimuleert lichaamscellen tot de afgifte van glucose, waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt.

glycogeen

Glycogeen is een polysacharide en onoplosbaar in water. Glycogeen kan worden opgeslagen in levercellen en spiercellen.

adrenaline en noradrenaline

Adrenaline en noradrenaline zijn hormonen die door de bijnieren geproduceerd worden. Adrenaline komt vrij bij angst en stress, maar ook bij woede, kou, hitte, pijn en fysieke arbeid. Het vrijkomen van adrenaline maakt deel uit van de vecht-vluchtreactie. Door adrenaline wordt de hartslag versneld en wordt glucose vrijgemaakt. Adrenaline zorgt er voor dat lichaamscellen glucose afgeven aan het bloed. Ook zorgt adrenaline voor de omzetting van glycogeen in glucose. Noradrenaline, dat door de bijnieren wordt afgegeven, heeft een vergelijkbare werking als adrenaline. Daarnaast komt noradrenaline ook voor als neurotransmitter in de hersenen.

stofwisselingsprocessen in de lever

In de lever kunnen met behulp van verschillende enzymen stoffen worden omgevormd naar andere stoffen.

glucose en vetten

Glucose en vetten zijn opgebouwd uit de elementen koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O). In de lever kan het ene vet omgezet worden in een ander vet of kan uit glucose vet gemaakt worden en omgekeerd.

aminozuren

In aminozuren komt naast de elementen C, H en O ook het element stikstof (N) voor en eventueel nog andere elementen. In de lever kan het ene aminozuur worden omgezet in een ander aminozuur en kunnen uit glucose en vet ook aminozuren gemaakt worden. Omdat aminozuren zijn opgebouwd uit andere bouwstenen dan glucose en vetten, zijn voor de omzetting van glucose en vetten naar aminozuren enkele andere stoffen noodzakelijk. Bij de omzetting van aminozuren in vetten of glucose ontstaan enkele reststoffen.

plasma-eiwitten

In de lever kunnen uit aminozuren bepaalde plasma-eiwitten gevormd worden. Plasma-eiwitten zijn eiwitten die zich in de bloedbaan bevinden en een functie hebben bij de bloedstolling, het transport van stoffen of bij het reguleren van de osmotische waarde van het bloedplasma.

stofwisselingsprocessen in de lever

Bij de afbraak van glucose en vetten komen koolstofdioxide en water vrij en wordt zuurstof verbruikt. Bij afbraak van aminozuren komt, naast koolstofdioxide en water, ook ammoniak vrij. Ammoniak is een voor het lichaam giftige stof. Ammoniak wordt in de lever omgezet in ureum. Ureum is een minder schadelijke stof dan ammoniak en wordt via de nieren uitgescheiden. Ammoniak komt ook vrij bij de omzetting van aminozuren in glucose en vetten. Net als bij de afbraak van aminozuren, wordt dit ammoniak omgezet in ureum en uitgescheiden via de nieren.

ammoniak en ureum

essentiële vetzuren en essentiële aminozuren

Eiwitten, vetten en koolhydraten kunnen voor een deel in elkaar omgezet worden. In ons lichaam kunnen geen essentiële aminozuren en essentiële vetzuren gevormd worden. Deze stoffen kunnen alleen via voeding in ons lichaam terechtkomen.

essentiële vetzuren en essentiële aminozuren

detoxificatie

In de lever worden lichaamsvreemde of giftige stoffen afgebroken, omgevormd of op een andere manier onwerkzaam gemaakt. Toxische stoffen die door de lever afgebroken worden, worden via de nieren uitgescheiden. Toxische stoffen zijn bijvoorbeeld alcohol, drugs en veel medicijnen.

alcohol en levercirrose

Alcohol (ethanol) wordt in de lever uiteindelijk omgezet in acetylco-enzym A, waarna het in de citroenzuurcyclus wordt gedissimileerd of gebruikt kan worden voor de synthese van onder andere glucose of vetten. Alcoholmisbruik kan leiden tot levercirrose. Bij levercirrose zijn levercellen beschadigd en worden deze vervangen door bindweefsel. Bij veelvuldig alcoholgebruik kan de lever sterk gaan groeien. Een groot deel van de lever is dan echter door levercirrose aangetast.

zware metalen

Kwik, arsenicum en strychnine kunnen bijvoorbeeld door de lever niet onschadelijk gemaakt of afgebroken worden. Deze stoffen worden in de lever opgeslagen.

plasma-eiwitten

stollingsfactoren

In de lever worden stollingsfactoren als fibrinogeen en protrombine gesynthetiseerd.

bloedstolling

ander plasma-eiwitten

Plasma-eiwitten houden de osmotische waarde van bloedplasma (colloïd-osmotische druk) op peil. Plasma-eiwitten worden in de lever geproduceerd. Plasma-eiwitten spelen daarnaast ook een rol bij het transport van bepaalde stoffen door de bloedbaan.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag