nierfuncties  (theorie - theorie) |

ligging van de nieren, bijnieren en milt

ligging van de nieren

De twee nieren liggen links en rechts in de buikholte, aan de rugzijde naast de wervelkolom. De nieren scheiden overtollige en schadelijke stoffen uit en reguleren de osmotische waarde van het bloed.

bijnieren

Boven de nieren bevinden zich de bijnieren. De bijnieren produceren de hormonen adrenaline en noradrenaline. Adrenaline en noradrenaline maken suiker vrij uit het lichaam. Adrenaline maakt een onderdeel uit van de vlucht-vechtreactie.

milt

Schuin linksboven in de buikholte bevindt zich de milt. De milt bestaat uit lymfatisch weefsel. De milt is als het ware de lymfeknoop van het bloed. In de milt worden uit B-lymfocyten (bepaalde witte bloedcellen) plasmacellen (bepaalde andere witte bloedcellen) gemaakt. In de milt worden, net als in de lever, rode bloedcellen afgebroken. IJzer dat bij de afbraak van hemoglobine vrijkomt wordt opgeslagen. De milt is ook een bloedreservoir. De milt draagt bij aan de verwijdering van afvalstoffen uit het bloed.

urineleiders, blaas en urinebuis

In de nieren wordt urine gevormd. Via de urineleiders wordt urine vervoerd naar de blaas. In de blaas wordt urine tijdelijk opgeslagen en bij tijd en wijlen via de urinebuis en een opening in de genitaliën geledigd.

bouw en functies van de nieren

relatie tussen de nieren en andere organen

afbraak en omvorming van aminozuren in de lever

Via de leverader, holle ader [2], hart, aorta en nierslagader komen stoffen uit de lever die uit het lichaam verwijderd moeten worden, in de nieren terecht. Bij de omzetting van aminozuren in glucose of vetten komt ammoniak vrij. In de lever wordt ammoniak direct omgezet in ureum. Ureum wordt via de nieren uitgescheiden.

detoxificatie in de lever

Lichaamsvreemde stoffen (zoals drugs en medicijnen) en gifstoffen worden in de lever afgebroken of omgezet in andere stoffen. Dergelijke stoffen worden via de leverader van de lever afgevoerd en in de nieren uitgescheiden.

hypofyse achterkwab

De hypofyse maakt onder andere het antidiuretisch hormoon (ADH). ADH speelt een belangrijke rol bij de resorptie van water in de nieren. Door de resorptie van water in de nieren wordt het osmotisch gehalte van bloedplasma gereguleerd. ADH zorgt er voor dat niet te veel water in urine terechtkomt. Naast de regeling van de osmotische waarde van bloedplasma heeft ADH ook een vaatvernauwende werking.

urineleider, blaas en urinebuis

In de nieren gevormde urine wordt in de blaas opgeslagen. Als de blaas vol is wordt de urine via de urinebuis geledigd.

nierweefsel

nierschors, niermerg, nierbekken, lichaam van Malpighi, lis van Henle, nierbuisjes en verzamelbuisjes

In de nieren bevinden zich miljoenen niereenheden of nefronen. Een nefron is opgebouwd uit het lichaam van Malpighi, nierbuisjes en verzamelbuisjes. Het lichaam van Malpighi en het bovenste deel van de nierbuisjes bevinden zich in de nierschors. De rest van de nierbuisjes en verzamelbuisjes bevinden zich in het niermerg. De verzamelbuisjes monden uit in het nierbekken. Via de urineleider wordt de urine die door de verzamelbuisjes aan het nierbekken wordt afgegeven, afgevoerd.

utrafiltratie

In het lichaam van Malpighi bevindt zich de glomerulus. De glomerulus is een kluwen van bloedvaatjes. De glomerulus is omgeven door het kapsel van Bowman.

lichaam van Malpighi

Omdat het afvoerende bloedvat (arteriole) een kleinere diameter heeft dan het aanvoerende bloedvat, wordt vocht met daarin opgeloste stoffen uit de kluwen bloedvaten van de glomerulus geperst. Dit effect wordt versterkt doordat in de haarvaten in de nieren een relatief hoge bloeddruk heerst. Het vocht met opgeloste stoffen dat uit de glomerulus geperst is wordt opgevangen door het kapsel van Bowman. Het vocht met opgeloste stoffen wordt voorurine genoemd. In voorurine bevinden zich geen plasma-eiwitten, bloedcellen en andere stoffen die niet door het membraan van wanden van de glomerulus geperst kunnen worden. De vorming van voorurine in het lichaam van Malpighi wordt ultrafiltratie genoemd. Ultrafiltratie is een passief proces, waarbij geen energie verbruikt wordt.

ultrafiltratie

Nierweefsel is sterk doorbloed. Per minuut stroomt circa 1.2 liter bloed door de nieren. Door ultrafiltratie ontstaat uit deze 1.2 liter bloed circa 125 ml voorurine. Per dag wordt in de nieren op deze wijze ongeveer 180 liter ultrafiltraat gevormd. Uit deze 180 liter voorurine wordt ongeveer 1.5 liter urine gevormd. De hoeveelheid urine bestaat voor het grootste deel uit water. Op een warme dag wordt bijvoorbeeld veel water uitgescheiden door de huid (zweten) en zal de hoeveelheid water in urine afnemen, waardoor het volume van de urine afneemt.

nierbuisjes

Het ultrafiltraat dat is opgevangen in het kapsel van Bowman wordt naar de nierbuisjes in het niermerg vervoerd. In het niermerg wordt uit voorurine urine gevormd. Bij de vorming van urine uit voorurine spelen de nierbuisjes en verzamelbuisjes in het niermerg een belangrijke rol.

samenstelling van bloedplasma, voorurine en urine in procenten

nierbuisjes

Nierbuisjes bevinden zich in de nierschors en in het niermerg. Nierbuisjes zijn opgebouwd uit de 1ste en 2degekronkelde nierbuisjes en de lis van Henle. Voorurine stroomt in de nierbuisjes van het 1stegekronkelde nierbuisje, via de lis van Henle, naar het 2degekronkelde nierbuisje. Het 2degekronkelde nierbuisje mondt uit in de verzamelbuisjes. De 1ste en 2de gekronkelde nierbuisjes bevinden zich in de nierschors en de lis van Henle en de verzamelbuisjes bevinden zich in het niermerg.

nierbuisjes

terugresorptie

In de voorurine die vanuit het kapsel van Bowman naar de nierbuisjes stroomt bevinden zich, naast stoffen die door de nieren uitgescheiden moeten worden, tal van andere stoffen die nuttig zijn voor het lichaam. Daarnaast bevindt zich in de voorurine die uit het kapsel van Bowman komt veel meer water dan de hoeveelheid water die via de urine uitgescheiden moet worden. In de nierbuisjes vindt terugresorptie van nuttige stoffen en water plaats. Nuttige stoffen en water dat uit de nierbuisjes wordt teruggeresorbeerd wordt opgenomen door het nierweefsel en afgevoerd via de nierhaarvaten. Omdat de nieren zo sterk doorbloed zijn worden de haarvaten in de nieren ook wel haarvatennetten genoemd.

terugresorptie

Terugresorptie van nuttige stoffen gebeurt via actief transport in de celmembranen van de wandcellen van nierbuisjes. Bij actief transport wordt energie verbruikt. Deze energie wordt aangeleverd door de energiecarrier ATP/ADP. Door de omzetting van ATP in ADP komt energie vrij die gebruikt wordt om de stoffen met behulp van transporteiwitten in de celmembranen naar de wandcellen te transporteren. ADP wordt in de mitochondiën in de wandcellen van de nierbuisjes weer omgezet in ATP. De energie die hiervoor nodig is komt vrij bij dissimilatie van glucose.

1ste gekronkelde nierbuisje

terugresorptie in het 1ste gekronkelde nierbuisje

Aan het einde van het 1ste gekronkelde nierbuisje is 100% van hoeveelheid aminozuren en glucose geresorbeerd en een belangrijk deel van de -ionen. Het filtraatvolume is nog maar 20% van het filtraatvolume van de voorurine in het kapsel van Bowman. Aan het einde van het 1ste gekronkelde nierbuisje is met name de hoeveelheid ureum inmiddels sterk geconcentreerd.

osmotische waarde

Door de opname van stoffen neemt de hoeveelheid opgeloste stoffen in het nierweefsel toe. Hierdoor stijgt de osmotische waarde van het nierweefsel. Door de stijging van de osmotische waarde vindt watertransport vanuit de nierbuisjes naar het nierweefsel plaats.

lis van Henle

De lis van Henle ligt in zijn geheel in het niermerg. In de lis van Henle wordt de voorurine sterker geconcentreerd, omdat water vanuit de nierbuisjes naar het nierweefsel trekt. In het niermerg neemt de osmotische waarde van het nierweefsel sterk toe.

osmotische waarden in de nierschors, binnenste niermerg en buitenste niermerg

Omdat in het niermerg de osmotische waarde van het nierweefsel sterk toeneemt, stroomt door osmose veel water naar het nierweefsel. Bij osmose stroomt water van een plek met een lage concentratie opgeloste stoffen naar een plek met een hogere concentratie opgeloste stoffen. Osmose wordt ook wel 'diffusie van water tegen het concentratieverval in' genoemd. Het stijgende deel van de lis van Henle is, in tegenstelling tot het dalende deel, niet doorlaatbaar voor water.

2de gekronkelde nierbuisje


In het 2de gekronkelde nierbuisje worden vooral mineralen en water geresorbeerd. Aan het einde van het 2de gekronkelde nierbuisje is 5% van het water door het nierweefsel opgenomen. In het 2de gekronkelde nierbuisje wordt 10% van het water geresorbeerd.

terugresorptie in het 2de gekronkelde nierbuisje

verzamelbuisjes

De verzamelbuisjes voeren de inmiddels sterk geconcentreerde urine naar het nierbekken. Omdat in het niermerg de osmotische waarde van het nierweefsel sterk toeneemt, wordt door osmose water vanuit de verzamelbuisjes in het nierweefsel ogenomen.

antidiuretisch hormoon

Onder invloed van het antidiuretisch hormoon (ADH) neemt de doorlaatbaarheid voor water van bepaalde plekken van de nierbuisjes toe. Om deze manier wordt meer water uit de voorurine opgenomen.

beïnvloeding van het filtraatvolume en hoeveelheid urine door ADH

hypofyse-achterkwab

Als de osmotische waarde van het bloed stijgt zit er in verhouding minder water in het bloed. Als de hypofyse-achterkwab het hormoon ADH aanmaakt worden de wanden van het 2de gekronkelde nierbuisje en de wanden van de afvoerbuisjes meer doorlaatbaar voor water, waardoor meer water in het nierweefsel wordt opgenomen. Het opgenomen water wordt via de nierhaarvaten in de bloedbaan gebracht waardoor de osmotische waarde van het bloed afneemt. Kleine schommelingen in de osmotische waarde kunnen dodelijk zijn. Een correcte werking van deze regulatie door de hypofyse is van levensbelang.


persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2018 Leon Dahmen biodoen Den Haag