immuniteit en allergie  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| bovenbouw h v |

D.K.T.P.-prik en B.M.R.-prik

In Nederland worden jonge kinderen gevaccineerd tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen en rode hond (D.K.T.P.-prik en B.M.R.-prik). Deze vaccinaties leveren levenslange immuniteit op.

5.1
1pntWaarom levert een griepprik geen levenslange immuniteit tegen influenza-besmetting op?

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


5.2
1pntWaarom worden difterie, kinkhoest, tetanus, polio, bof, mazelen en rode hond ook wel kinderziektes genoemd, terwijl deze ziektes ook bij volwassenen voorkomen?

Verklaar deze naamgeving.

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )


hoofdgroepen antistoffen

hoofdgroepen antistoffen
Immunoglobuline G:

IgG is de grootste klasse: tachtig procent van het antistofgehalte van het bloed bestaat uit IgG.
Bij een secundaire immuunrespons (tweede besmetting) wordt overgeschakeld op de aanmaak van IgG. IgG speelt een rol bij levenslange immuniteit.

Immunoglobuline A:

IgA wordt ook wel secretoire antistof (secretie = uitscheiding) genoemd omdat het wordt uitgescheiden door klierachtige cellen in bijvoorbeeld luchtwegen, maagdarmkanaal en vagina.
IgA voorkomt dat bacteriŽn en virussen aan het slijmvlies kunnen hechten en zo infectie of ontsteking veroorzaken.

Immunoglobuline M:

IgM is opgebouwd uit vijf monomeren en beschikt over tien bindingsplaatsen. Het wordt als eerste antistof in de immuniteitsreactie gevormd en is vooral betrokken bij reacties tegen bacteriŽn en virussen. Na enkele dagen wordt vervolgens IgG geproduceerd.

Immunoglobuline D:

IgD komt voor als receptor op het membraanoppervlak van B-lymfocyten en is betrokken bij differentiatie van deze lymfocyten.

Immunoglobuline E:

IgE is de antistof die betrokken is bij bepaalde allergische reacties. Vrijwel alle IgE is gebonden aan cellen die een rol spelen bij de allergische reactie. Slechts zeer weinig circuleert in het bloed. Wanneer een allergeen zich hecht aan celgebonden IgE veroorzaakt dit een uitscheiden van onder andere histamine met als gevolg een allergische reactie. Histamine circuleert met het bloed door het lichaam en bindt zich aan receptoren ergens in het lichaam. Afhankelijk van de plaats waar dat gebeurt ontstaat allergisch astma, overtollig maagzuur of andere klachten.
Verder speelt IgE een rol bij de afweer tegen darmparasieten.

Immunoglobulinen worden in vijf hoofdgroepen verdeeld: IgA, IgD, IgE, IgG en IgM. Elk van deze groepen heeft te maken met verschillende onderdelen van afweerreacties.

Immunoglobulinen

5.3
1pntantigeen-presentatie
  • [ IgM ] [ IgE ] [ IgA ] [ IgD ] [ IgG ] wordt direct na antigeen-presentatie van een influenza-vrirus gevormd.
5.4
1pnttweede besmetting
  • [ IgM ] [ IgE ] [ IgD ] [ IgA ] [ IgG ] wordt bij een tweede besmetting met hetzelfde influenza-virus in grote hoeveelheden gevormd.
5.5
1pntmoedermelk
  • [ IgE ] [ IgG ] [ IgA ] [ IgD ] [ IgM ] voorkomt dat het influenza-virus in moedermelk aanwezig is.
5.6
1pntfoetaal weefsel
  • [ IgD ] [ IgG ] [ IgA ] [ IgE ] [ IgM ] kan het influenza-virus ook in foetaal weefsel bestrijden.
5.7
1pntluchtwegen en slijmvliezen
  • [ IgG ] [ IgM ] [ IgE ] [ IgA ] [ IgD ] voorkomt de hechting van het influenza-virus aan de celmembranen van luchtwegen en slijmvliezen.

persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2019 Leon Dahmen biodoen Den Haag