bloedgroepen  (theorie - theorie met verwerkingsopdrachten)| bovenbouw h v |

resusfactor

embryo

Bij 85% van de mensen komt op de celmembranen van rode bloedcellen een eiwit voor dat ook bij resusaapjes voorkomt. Dit eiwit wordt resusantigeen of resusfactor genoemd.

Mensen bij wie dit eiwit voorkomt worden resuspositief (Rh+) genoemd. Mensen die geen resusantigeen hebben worden resusnegatief (Rh-) genoemd. Iemand die Rh- is maakt pas antiresus als deze persoon in aanraking komt met Rh+ bloed.

Iemand die Rh- is en bijvoorbeeld bij een bloedtransfusie voor het eerst in aanraking komt met Rh+ bloed, maakt niet voldoende antiresus om tijdens deze bloedtransfusie in de problemen te komen. Het antiresus wordt naderhand afgebroken.

2.1
1pntbloedtransfusie
  • Bij een tweede of volgende bloedtransfusie met Rh+ bloed maakt de acceptor (ontvanger) onder invloed van [ B-geheugencellen en plasmacellen ] [ T-geheugencellen en B-geheugencellen ] [ T-geheugencellen en plasmacellen ] grote hoeveelheden antiresus aan.
2.2
1pntAls een Rh- moeder zwanger is van een Rh+ kind maakt de moeder vlak na de geboorte antiresus. In welke van de onderstaande afbeeldingen wordt de oorzaak van deze aanmaak van antiresus getoond?
2.3
1pntBij een tweede zwangerschap van een Rh- moeder van een Rh+ kind ontstaan tijdens de zwangerschap complicaties. In welke van de onderstaande afbeeldingen is de oorzaak van deze complicaties weergegeven?
2.4
1pntRh- moeders krijgen voor de geboorte van het eerste Rh+ kind direct antiresus ingespoten. Op deze manier vormt de moeder geen antiresus tegen een tweede Rh+ kind. Geef hiervoor een verklaring.

  • geef aan hoe de vraag gemaakt is: ( ) ( )



persoonlijke score

history

advertentie

advertentie

© 2019 Leon Dahmen biodoen Den Haag